|
|
| Nieuwe Fragmenten |
| Beeldhouwer, schilder, schrijver Jan Wolkers (1925-2007) overleden - 18 oktober 2007 |
In de Volkskrant van 28 oktober 2006 stond op de voorpagina het gedicht ‘Najaar’.
Het onderschrift leidde tot menige speculatie en verwarring: ‘mijn laatste literaire werk’. Wolkers gaf echter slechts aan dat het hier ging om een gedicht dat op dat moment zijn laatste pennenvrucht genoemd kon worden.
Het gedicht heeft een grote schoonheid.
Najaar
Soms zie ik dingen bewegen
Die onbewogen zijn,
Als roestvlekken op bladeren
Die wegtrekken als spinsels.
Een engel fluistert in mijn oor,
Een telefoonnummer
Dat is niet te ontcijferen.
De vershoudfolie
Van ons leven
Was al vergaan.
Zoals we ooit begonnen,
Op voetzolen van mos:
Daar stond het riet,
De danseressen van de gele lis,
De wilde roos,
Het schors als fronsen.
Het snoer van zeekraal
Verbrokkelde tot grind.
Een web van schrijnend zilver
Een glasdraad snijdend door het blauw,
Die het uitspansel verdeelt
Tot stellingen van as
Van uitgestrooid gebeente.
Jan Wolkers
Zelfportret
Wie drukt mij in de cirkel der voleinding,
Een kraai krast dat het is volbracht.
Ik sluit mijn mond en geef geen kik,
Dit is de dood en dat ben ik.
Jan Wolkers
De herfst is het einde
De herfst is het einde.
De bomen verwelken tot granaat.
Geef mij toch ook wat van dat rode daar,
De soep wordt snel verorberd tot bedrog.
De morsetekens van het slakkenspoor
Glinsteren als tranenvegen op de stoep.
De poppenwagen schimmelt in de schuur,
Een wang van celluloid is nooit tevreden.
De vaas van mensenvlees wordt goed gevuld,
En volgt het bloedspoor van de vliegenzwammen.
Wie vangt het laatste gele blad?
De dode wesp zit in de kous gevangen,
De nerven kleuren in het weefsel zwart,
We wisten niet dat doodgaan kon gebeuren.
Jan Wolkers
terug
|
|